Fluoride

De werking van fluoride
© tandarts.nl
Auteur JW Vaartjes

Fluoride kan uw tanden op verschillende manieren beschermen. Bij aanwezigheid van fluoride in de mond zal tijdens een zuuraanval het glazuur minder oplossen en zal tevens het glazuur zich eerder kunnen herstellen.

Bescherming bij een zuuraanval

Bacteriën in de tandplaque kunnen suikers omzetten in zuren, zij produceren dan een zuurstoot. Als de pH hierdoor onder de +/- 5,5 daalt zullen de glazuurkristallen beginnen op te lossen, dit wordt demineralisatie genoemd. Zo gauw de bacteriën niet voldoende suikers meer hebben om de pH onder de 5,5 te houden kunnen de glazuurkristallen weer aangroeien, dit wordt remineralisatie genoemd.
Wanneer er meer demineralisatie plaatsvindt dan remineralisatie zal er een gaatje ontstaan. Hoe langer de bacteriën suiker aangeboden krijgen des te langer de demineralisatie plaats kan vinden. Het is daarom belangrijk om niet teveel zoetmomenten te hebben gedurende de dag. Het is theoretisch gezien beter om een zak snoep in een keer leeg te eten dan om de paar minuten een snoepje te nemen.
De opgeloste bestanddelen van de glazuurkristallen zijn echter in combinatie met fluoride minder oplosbaar, zij gaan pas in oplossing bij een pH van +/- 5,1. De minder oplosbare bestanddelen met fluoride zullen daarom eerder aan het glazuur vastgroeien en ook minder snel opnieuw oplossen. Er ontstaat hierdoor een oppervlakkige laag met sterkere fluoride-glazuurkristallen.
Fluoride atomen kunnen ook tegen het glazuur aan komen te liggen en het kristaloppervlak bedekken. De zwakke plekken van het glazuurkristal, waar deze als eerste begint op te lossen, worden hierdoor beschermt.
Bij de aanwezigheid van fluoride zal er minder glazuur verdwijnen en kan het proces van tandbederf geremd/gestopt worden.

In werkelijkheid heeft niemand voortdurend een fluoride oplossing in zijn of haar mond, maar je kunt de aanwezigheid wel verlengen. Poets regelmatig (2-3 maal daags) verspreid over de dag je tanden en spoel na het tandenpoetsen je mond niet al te overdreven. Het kleine beetje tandpasta wat achterblijft is een reservoir van fluoride en beschermt dus tegen zuuraanvallen.

Ivoren Kruis fluoride advies

0 t/m 1 jaar

Na doorbraak van het eerste tandje moet worden begonnen met één keer per dag te poetsen met een ‘peutertandpasta’ .

2, 3 en 4 jaar

Twee keer per dag poetsen met een peutertandpasta

5 jaar en ouder

Twee tot drie keer per dag poetsen met een fluoride tandpasta voor volwassenen.

Om de inname van teveel fluoride te voorkomen en uw kind goed te leren poetsen is het verstandig om de hoeveelheid tandpasta te controleren. Een klein beetje, ongeveer zo groot als een erwt is al voldoende. Kinderen moeten ook tot hun achtste geholpen worden met het poetsen. Let erop dat de tandpasta wordt uitgespuugd en niet doorgeslikt.
Extra fluoride bij hoog risico op tandbederf In het geval dat er toch veel tandbederf/cariës ontstaat, ondanks goed poetsen en het fluoride advies, dan zou extra fluoride kunnen helpen. Sommige mensen zijn helaas gevoeliger voor tandbederf, bijvoorbeeld door een verkeerde samenstelling en hoeveelheid speeksel.

Een mogelijkheid is het uitbreiden van de fluoride momenten tot maximaal 4 per dag. Bij voorkeur moet dit gedaan worden door middel van tandenpoetsen met een fluoride tandpasta. Het spoelen met een fluoride mondspoeling of fluoride tabletten kunnen hiervoor echter ook gebruikt worden.
Bij gebruik van fluoride tabletten; doe dit verspreid over de dag, kauw ze fijn en verdeel het goed door de mond en hou deze zolang mogelijk in de mond houden alvorens door te slikken.

Bij zowel jongeren als volwassenen met een verhoogd risico op tandbederf, kan de tandarts ook in de stoel een fluoride behandeling geven.
Dit kan bijvoorbeeld door middel van een lepel met fluoride gel, maar ook door het aanbrengen van de fluoride vloeistof met een wattenstaafje of penseel. Het is ook mogelijk een lak aan te brengen op de tanden en kiezen waaruit langzaam fluoride wordt vrijgelaten.
Bij kinderen jonger dan zes jaar is het advies om als extra fluoride, alleen nog de fluoride lak en niet meer de gel of vloeistof, te gebruiken.

Tandartsen, mondhygiënisten, jeugdartsen, jeugdverpleegkundigen en voorlichtingsmedewerkers geven allen voorlichting over fluoride. Mocht het noodzakelijk zijn om van het fluoride basisadvies af te wijken, dan kunnen zij u daar over informeren. In principe heeft de tandarts of mondhygiënist het beste zicht op de gezondheidssituatie van de mond, overleg met hem of haar als u extra fluoride wilt of moet gaan gebruiken.