De gebitsontwikkeling

De wisselperiode is een belangrijke periode in de gebitsontwikkeling. De zorg voor het gebit in deze periode kan namelijk grote gevolgen hebben voor later. Het wisselen begint bij de meeste kinderen rond het zesde jaar, zoals in het schema te zien is. Vaak wordt de eerste blijvende kies niet opgemerkt, omdat hij geen voorganger heeft en achter in de mond doorkomt. Bovendien ligt hij wat lager dan de melkkiezen. De verzorging van deze kiezen is erg belangrijk, want pas doorgebroken glazuur is nog erg poreus en kwetsbaar. De verstandskiezen zijn de laatste kiezen die doorbreken. Sommige mensen krijgen geen verstandskiezen, omdat ze in aanleg niet aanwezig zijn.

Dit zijn de leeftijden waarop de blijvende tanden en kiezen meestal doorkomen:
snijtand 6-8 jaar- snijtand 7-9 jaar- hoektand 10-11 jaar- kleine kies 9-11 jaar- kleine kies 11-12 jaar- grote kies 5-6 jaar- grote kies 11-12 jaar- verstandskies 18-21 jaar

Het is normaal dat bij het doorkomen van nieuwe kiezen gezwollen tandvlees ontstaat. Dat kan pijn doen, maar is op zich geen reden tot ongerustheid. Een goede mondhygiëne verkleint de kans op het ontstaan van dit probleem.

Het melkgebit en het blijvend gebit verschillen in een aantal opzichten:

  • De snijtanden van het blijvend gebit hebben een kartelrand die melktanden niet hebben. De kartelrand bestaat uit drie bobbeltjes op het snijvlak die in de loop der tijd verdwijnen door slijtage.
  • De blijvende tanden en kiezen zijn donkerder, dus geler, van kleur, omdat het glazuur van de nieuwe tanden en kiezen sterker is dan het glazuur van melktanden en –kiezen. Door poetsen worden ze niet lichter van kleur. Er kunnen kleurverschillen of vlekken ontstaan door beschadiging, tijdens de ontwikkeling, of door medicijngebruik. Raadpleeg de tandarts als dit storend is.

Net als bij de melkkies zitten er bij de blijvende kies veel groefjes in het kauwvlak; in deze groefjes vormt zich gemakkelijk plak. Niet regelmatig verwijderde plak kan gaatjes veroorzaken. Het is dus belangrijk tijdens het tandenpoetsen de plak uit de groefjes te verwijderen.

In sommige gevallen verloopt de gebitsontwikkeling afwijkend. De tandarts zal een verkeerde ontwikkeling tijdens de periodieke controle vaststellen en in overleg met u en het kind de nodige maatregelen nemen. Dit zijn afwijkende ontwikkelingen die om advies van de tandarts vragen:

  • als uw kind bijna acht jaar is en de wisseling nog niet is begonnen;
  • als er meer dan zes maanden zit tussen het wisselen van een tand of kies aan de linker en de rechter kaakhelft;
  • als een nieuwe tand of kies doorkomt en de melktand of kies nog steeds vastzit; de nieuwe tand verschijnt dan voor of achter de melktand of kies;
  • als uw kind langer pijn heeft bij het wisselen dan leeftijdgenoten.

Tijdelijke scheefstand is niet echt een afwijking,
de tanden van het blijvend gebit kunnen enigszins scheef doorbreken. Soms breken veel tanden gelijktijdig door. Daardoor kan het lijken dat er ‘teveel’ tanden en kiezen in dat kleine mondje zijn gekomen. Dat komt omdat de kaak nog niet is volgroeid. Die groeit nog even door om meer ruimte te maken voor het blijvende gebit. Vaak komt het met de stand van de tanden uiteindelijk vanzelf goed.