Pijnvrij behandelen

Verdoving en kalmering

Als de tandarts iets moet doen wat pijnlijk kan zijn, zal hij in de meeste gevallen eerst voorstellen om te verdoven. De verdoving bestaat uit een klein prikje, waarna je meestal geen pijn meer voelt. Voelt u na de verdoving toch pijn, zeg dat dan meteen. De tandarts kan dan nog een beetje extra verdoven. Als de verdoving eenmaal werkt, voelt de wang of lip vaak dik aan en heb je het gevoel dat je moeilijker kunt praten en eten of drinken. Dit gevoel verdwijnt weer nadat de verdoving is uitgewerkt, meestal één of enkele uren na de behandeling. De tandarts kan de plek waar de verdoving gegeven wordt iets minder gevoelig maken met een zalfje.

lachgas

Sommige tandartsen werken met lachgas. Lachgas veroorzaakt een gevoel van ontspanning en neemt daardoor veel angstgevoel weg. Het lachgas wordt toegediend via een neuskapje. U moet dan ook goed door uw neus in- en uitademen. Lachgas mag overigens niet worden gebruikt in de eerste drie maanden van de zwangerschap en u mag pas een half uur na de behandeling weer deelnemen aan het verkeer. Als uw tandarts geen lachgas gebruikt, kunt u vragen of hij u wil doorverwijzen naar een tandarts die dat wél toepast.

Premedicatie

De tandarts kan ook een kalmerend medicijn voorschrijven, dit wordt premedicatie genoemd. Een veelgebruikt middel is valium. Niet alleen merk je dan veel minder van de behandeling, maar je herinnert je er achteraf ook minder van. Sommige mensen blijven echter angstig, ook al gebruiken ze lachgas of een medicijn. In het geval van zulke extreme angst voor de tandarts is er nog een mogelijkheid om u te laten behandelen: namelijk onder narcose. In zo’n geval ben je dan volledig ‘weg’ en merk je niks van de behandeling. Dit kan gebeuren in ziekenhuizen, maar ook sommige tandheelkundige klinieken gebruiken een variant van narcose, die intraveneuze sedatie genoemd wordt.